Unilever stopt met fossiele brandstoffen

Schoonmaakmiddel Cif van Unilever
Shutterstock.com

Tegen 2030 wil Unilever geen fossiele brandstoffen meer in haar was- en schoonmaakproducten. De producent van Sunlight, Cif en een heleboel andere merken investeert dan ook een miljard euro in de ontwikkeling van koolstofarme alternatieven.

 

Helft van de voetafdruk

Unilever stopt over tien jaar met het gebruik van fossiele brandstoffen in haar schoonmaakproducten. In de meeste schoonmaak- en wasmiddelen zitten momenteel namelijk chemicaliën die gemaakt zijn van niet-hernieuwbare brandstoffen: zij zorgen voor 46% van de totale CO2-afdruk van de producten. Door voor die chemicaliën nu hernieuwbare of gerecycleerde koolstofbronnen te gebruiken, verwacht Unilever de voetafdruk van zijn schoonmaakmiddelen met 20% terug te dringen.

 

Het initiatief past binnen het 'Clean Future'-programma van de FMCG-producent, waarbij Unilever belooft koolstofneutraal te worden tegen 2039. Met een investering van maar liefst een miljard euro wil de groep bijdragen aan biotechnologische onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van circulaire reinigingschemie, zodat er nieuwe manieren gevonden worden om koolstofarme varianten te produceren.

 

Een ander deel van dat miljard zal dienen om alternatieven voor plastic te ontwikkelen, zodat Unilever tegen 2025 het gebruik van nieuw vervaardigd plastic zou kunnen halveren. Eerder reserveerde het bedrijf al een miljard euro voor een nieuw natuur- en klimaatfonds.

 

Leveranciers krijgen methode

Ook de leveranciers van het bedrijf moeten mee: Unilever deelt zijn zogeheten 'Carbon Rainbow'-methode voor hernieuwbare of gerecyclede koolstofbronnen met partners en roept op om over te stappen. Daarnaast zegt de producent van merken zoals Cif, Robijn en Omo ook met "duurzame inkoopprogramma's" te werken voor de keuze van grondstoffen en leveranciers.

 

"De vraag naar onze schoonmaakproducten is de afgelopen maanden ongekend geweest en we zijn er ongelooflijk trots op dat we een bijdrage kunnen leveren en mensen veiligheid kunnen bieden in de strijd tegen het coronavirus. Maar dat mag geen reden zijn om ongestoord achterover te leunen. We mogen ook de milieucrisis waar onze wereld - ons thuis - mee te kampen heeft, niet uit het oog verliezen", besluit topman Peter ter Kulve.